''Humelle'' onder het schoolplein
geplaatst op 27-11-2010Archeologische resten uit de ijzertijd en vroege middeleeuwen onder basisschool de Woordhof te Hummelo.
Tijdens een proefsleuvenonderzoek van 7 tot 9 juli 2010 rond basisschool de Woordhof in Hummelo (Achterhoek) zijn verrassend veel bewoningssporen aangetroffen in de vorm van kuilen, paalkuilen, minimaal één waterput en een deel van een lemen vloer. Een klein deel van de sporen in de vorm van (paal)kuilen is te dateren in de ijzertijd (800-12 v.Chr.). De meeste sporen, onder andere de waterput en de lemen vloer, zijn te dateren in de vroege middeleeuwen (700-950 n.Chr.).
In totaal gaat het om 188 sporen. De sporendichtheid is zo groot dat het hier om één spoor per 1,5 vierkante meter gaat. Een dergelijke sporendichtheid wijst erop dat men hier voor langere tijd heeft gewoond. Hierbij zijn structuren als schuren (bijgebouwen) en boerderijen meerdere malen herbouwd.
Lemen vloeren, waarvan een deel is aangetroffen, uit de vroege middeleeuwen worden binnen het archeologisch onderzoek in Nederland nog maar zelden aangetroffen. Waarschijnlijk is de lemen vloer aangelegd binnen het woongedeelte van een boerderij. Deze boerderij is op een bepaald moment afgebrand wat heeft geresulteerd in een oranje verkleuring van het bovenste deel van de vloer. Op de vloer is veel afval gevonden in de vorm van aardewerk en metaalslakken. Waarschijnlijk heeft men de boerderij na de brand afgebroken en op deze plek restafval gedumpt. Wij zijn de bewoners hiervoor uiteraard zeer dankbaar!
Het is mogelijk dat de afgebrande boerderij, en de overige sporen, deel hebben uitgemaakt van de nederzetting ''Humelle'' genoemd in het jaar 828 n.Chr.
.jpg)
Het archeologische vlak in proefsleuf 2 met daarin een deel van de lemen vloer en (paal)kuilen.
Bij het onderzoek zijn vooral fragmenten aardewerk, natuursteen en metaalslakken aangetroffen. Het meeste vondstmateriaal kan gedateerd worden in de vroege middeleeuwen en is gevonden in een laag vlak boven het sporenniveau. Deze laag kan geïnterpreteerd worden als het leefniveau van de toenmalige bewoners. Een klein deel is gevonden in sporen tijdens de aanleg van het vlak.
Dat er op het terrein ook al in de prehistorie gewoond is blijkt uit enkele sporen waarin handgevormd aardewerk uit de ijzertijd is gevonden.
Het aardewerk dat tijdens het onderzoek is gevonden bestaat voor ongeveer een kwart uit fragmenten handgevormd aardewerk te dateren in de ijzertijd. Het gaat hierbij vooral om eenvoudige vormen als potten en kommen. Dit aardewerk is waarschijnlijk door de bewoners zelf gemaakt.
Verreweg de meeste fragmenten van het aardewerk zijn te dateren in de vroege middeleeuwen (700-950 n.Chr.) en kenmerken zich door een grote variatie. Een deel hiervan bestaat uit handgevormd aardewerk dat net als in de ijzertijd door de bewoners zelf is gemaakt. Een groot deel van het vroeg middeleeuwse aardewerk is geïmporteerd uit het Rijnland. Het Rijnlandse aardewerk bestaat uit vormen als (kook)potten, kannen, drinkbekers en amforen en zijn geproduceerd in professionele ateliers in onder meer Mayen, Pingsdorf en Badorf. De vormen zijn voor een deel versierd met radstempel- en verfversiering.
.jpg)
Fragment van een pot met radstempelversiering afkomstig uit Badorf, 720-950 n.Chr.
Het Rijnlandse aardewerk kan door handelsbetrekkingen in de nederzetting terecht zijn gekomen. Er wordt verondersteld dat er in de Romeinse tijd een belangrijke handelsroute langs de IJssel heeft gelopen. Het is daarom niet ondenkbaar dat er zich ook in later tijd, in de vroege middeleeuwen, een dergelijke route langs de Oude IJssel en de huidige IJssel heeft bevonden. Langs deze route bevinden zich in ieder geval belangrijke vroeg middeleeuwse handelsplaatsen als Doetinchem, Zutphen en Deventer.
Mogelijk heeft er ook een directe verbinding bestaan tussen Hummelo en Zelhem, omdat de resten aangetroffen in Hummelo sterk lijken op archeologische resten aangetroffen bij diverse onderzoeken in Zelhem waarbij ook vroeg middeleeuwse resten zijn aangetroffen.
De gevonden metaalslakken wijzen op een locale metaalproductie. Hierbij zijn waarschijnlijk kuilovens gebruikt. Resten van dergelijke ovens zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen. Ovens ten behoeve van metaalproductie lagen meestal op een bepaalde afstand van de bebouwing in verband met het brandgevaar. Mogelijk bevinden resten van dergelijke ovens zich wel binnen het plangebied, maar buiten de onderzochte sleuven.
Omdat het hier gaat om een proefsleuvenonderzoek kunnen nog geen fundamentele uitspraken worden gedaan over de opzet van de bewoning en de verspreiding van de sporen binnen het plangebied. Een definitieve opgraving kan waarschijnlijk antwoorden geven op vragen die hierover bestaan.
Resten van bewoning uit de periode 700 tot 950 n.Chr. zijn in Oost-Nederland momenteel nog betrekkelijk schaars. Alleen bij onderzoek op een aantal andere plaatsen in Oost-Nederland, het rivierengebied en in Zuidelijk Nederland zijn resten uit deze periode aangetroffen. Bij enkele onderzoeken in de omgeving, onder meer in Zelhem en Beek, zijn ook resten van metaalproductie aangetroffen.
Duidelijk is dat de aangetroffen site belangrijke informatie kan opleveren ten aanzien van de huidige stand van gegevens binnen de regio met betrekking tot de ijzertijd en vroege middeleeuwen.
De site kan met name belangrijke informatie opleveren over de ontwikkeling en verspreiding van bewoning en materiële cultuur uit de ijzertijd en vroeg middeleeuwen, de invloed van de Frankische overheersers in de regio (metaalproductie), nieuwe of gehandhaafde oudere wegenpatronen en het ontstaan of handhaving van handelsstromen en betrekkingen binnen de regio.
De kinderen die hier jarenlang naar school zijn geweest en hebben gespeeld op het plein onder de grote plataan hebben zich er vast geen voorstelling van kunnen maken dat hier meer dan duizend jaar geleden ook al kinderen hebben rond gelopen…
